Oceanie

AustraliŽ is de naam van het continent dat ten zuidoosten van AziŽ ligt, tussen de Indische en de Grote Oceaan. Vanuit Europees perspectief gezien, werd AustraliŽ in 1606 ontdekt door de Nederlandse ontdekkingsreiziger Willem Janszoon met zijn schip het Duyfken. De Nederlanders ontdekten echter niets wat voor hun interessant was - Nederland was op dat punt een handelsnatie - en lieten AustraliŽ voor wat het was. De inheemse Aborigines, met hun primitieve materiŽle cultuur, waren niet in staat voldoende goederen te produceren om het voor handelaars de moeite waard te maken om hen te bezoeken.

Ook Abel Tasman kon weinig interessante handelswaar vinden op zijn ontdekkingen: TasmaniŽ en Nieuw-Zeeland. Meer nog, Tasman werd bij Nieuw-Zeeland geconfronteerd met kannibalisme, wat een afschrikkende werking had. Aanvankelijk noemden de Nederlanders AustraliŽ "Nieuw-Holland". Uit de koers geraakte schepen op weg naar Nederlands-IndiŽ liepen wel eens vast voor de woestijnachtige kust van West-AustraliŽ.

Om min of meer dogmatische redenen meenden de geografen destijds dat er, als tegenwicht tegen de noordelijke continentmassa's, ook een groot zuidelijk continent, "Terra Australis" (Latijn voor "Zuidland"), moest bestaan, dat een groot deel van het zuidelijk halfrond in beslag zou nemen. Hoewel "Nieuw-Holland" veel kleiner was dan dit veronderstelde "Zuidland", werd in de 18e eeuw besloten om "Nieuw-Holland" voortaan de naam "AustraliŽ" te geven.

Het waren de Britten met James Cook, die als de Columbus van AustraliŽ wordt gezien, die aan het einde van de 18e eeuw het zuidoostelijk deel van het continent als landbouw- en veeteeltkolonie in gebruik begonnen te nemen. Toen omstreeks 1855 in Zuid-AustraliŽ goud werd ontdekt, begon het kleine stroompje kolonisten aan te groeien tot een vloedgolf.