EthiopiŽ

EthiopiŽ is een land in Oost-Afrika. EthiopiŽ ligt precies tussen de evenaar en de steenbokskeerkring in. Met zijn talloze beroemde rivieren en bergtoppen grenst EthiopiŽ in het westen aan Soedan, in het noorden aan Eritrea, in het oosten aan Djibouti en SomaliŽ en in het zuiden aan Kenia.

Tot aan de Tweede Wereldoorlog stond EthiopiŽ bekend onder de naam AbessiniŽ. In 1913 overleed keizer Menelik II. Zijn opvolger werd in 1916 afgezet, waarna prinses Zauditu (Judith) de troon besteeg onder de naam Zuditu I van EthiopiŽ. De werkelijke macht kwam echter in handen te liggen van de edelman Ras Tafari, een neef van de keizerin en zoon van de hoge edelman Ras Makonnen.

Pas in 1928 wist keizerin Zauditu de macht naar zich toe te trekken. In 1930 probeerde de echtgenoot van de keizerin, prins Gugsa Welle, via een opstand ervoor te zorgen dat zijn vrouw de alleenheerschappij zou krijgen over EthiopiŽ. Gugsa Welle kwam om in de strijd en de keizerin overleed een dag later aan diabetes. Tafari werd hierna gekroond als Keizer Haile Selassie van EthiopiŽ. In 1935 viel ItaliŽ EthiopiŽ aan en wist het zwakke Ethiopische leger in 1936 te verslaan. In 1941, tijdens de Tweede Wereld oorlog, werd EthiopiŽ door de Britten op de Italianen veroverd.

In 1960 pleegden leden van de keizerlijke lijfwacht een mislukte staatsgreep. Sindsdien waren er guerrilla bewegingen actief tegen het keizerlijke bewind en streefde men naar een constitutionele monarchie. In januari 1974 pleegden militairen een staatsgreep en installeerden een militaire raad, de DERGUE. De nieuwe militaire machthebbers lieten de keizer een liberale premier benoemen. Radicale leden binnen de DERGUE, pleegden op 12 september 1974 een staatsgreep en maakten een einde aan het bewind van kolonel Alem Zewd Tessema en sloten keizer Haile Selassie op in de gevangenis.

DERGUE-voorzitter, brigadegeneraal Tafari Benti, een gematigde man, werd waarnemend staatshoofd. Benti bleef contacten onderhouden met de keizer. In december 1974 schoven Abate en Mengistu brigadegeneraal Benti echter ter zijde en kolonel Aman Mikael Andom werd waarnemend staatshoofd en DERGUE-voorzitter. In 1975 werd de republiek EthiopiŽ  uitgeroepen en werd Andom staatshoofd. Inmiddels was keizer Haile Selassie in de gevangenis overleden.

Staatshoofd Andom kwam in februari 1977 om het leven tijdens een schietpartij. Kolonel Mengistu werd nu DERGUE-voorzitter, premier en staatshoofd. Kolonel Mengistu ontketende een "Rode Terreur" tegen de tegenstanders van het regime. In 1979 werd er door het regime een Ethiopische Arbeiderspartij in het leven geroepen, met Mengistu als voorzitter. Sinds 1977 was EthiopiŽ in oorlog met SomaliŽ.

SomaliŽ ontving militaire steun van de Verenigde Staten en EthiopiŽ ontving militaire steun van de Sovjet-Unie en Cuba. Dankzij de militaire steun van communistische landen won EthiopiŽ de strijd en sloot het in 1988 vrede met SomaliŽ. In 1989 stopte de USSR haar militaire steun en president Gorbatsjov van de Sovjet-Unie drong aan op een vredesoverleg met de Eritrese vrijheidsstrijders.

De Verenigde Staten trad op als bemiddelaar tussen EthiopiŽ en Eritrea. In 1990 voerde president Mengistu de democratie in en legaliseerde oppositiepartijen. De EWP werd de Ethiopische Eenheidspartij. In juli 1991 werd Addis Ababa door de EPRDF ingenomen en Mengistu vluchtte naar Zimbabwe. Daar zit hij nog altijd in exilie. Er werd een overgangsregering gevormd met Meles Legesse Zenawi, een socialistische politicus van de EPRDF als president. In 1996 werd Zenawi premier.

Het landschap van EthiopiŽ heeft massieve rotspartijen met enorme tafelbergen, diepe canyons, vulkaankegels, goudkleurige savannen en golvende vlakten. Van de mineraalrijke Danakilwoestijn tot en met de besneeuwde top van de Ras Dashen (met een hoogte van 4620 meter) vertoont EthiopiŽ een prachtig, afwisselend landschap. De plantengroei is hierdoor buitengewoon divers. In de droge gebieden vind je alleen planten die weinig tot geen water nodig hebben. Bovendien kunnen ze heel goed tegen de constante hitte.

In de hoogvlaktes valt veel regen en daar is het erg koel. Voor dierenliefhebbers is EthiopiŽ een eldorado. De kans is groot dat men hier een onbekende diersoort tegenkomt. EthiopiŽ heeft vele inheemse soorten zoals de waliasteenbok, de Simenvos, de bergnyala, de gelada, de wilde Somalische ezel en de Ethiopische nyala. Ook onder de vogels bestaan veel inheemse soorten.

 Addis Abeba is op het eerste gezicht een mooie stad. De stad is groen en de bloeiende jacaranda-bomen zijn een lust voor het oog. Addis Abeba is een jonge stad van nog geen honderd jaar oud. De stad werd aan het eind van de vorige eeuw gebouwd, in opdracht van Taitu, de vrouw van Menelik II.

Bezienswaardigheden in Addis Abeba zijn: Etnologisch museum, De heuvels van Entoto ten noorden van Addis Abeba, op hoogte van 3200 meter. Hier staan de Heilige Maagd Mariakerk, waar in 1882 Menelik II werd gekroond, en de RafaŽlkerk, opgedragen aan de aartsengel. Het mausoleum Taaka Negest Beata Mariam Church ligt oostelijk van het paleis van Menelik II en is in 1911 gebouwd. De achthoekige St.-Joriskerk ligt midden tussen jeneverbessen en andere bomen. EthiopiŽ telt officieel drie natuurgebieden en tien nationale parken.

Drie daarvan hebben een redelijke infrastructuur en zijn goed te bereiken. De drie parken zijn van EthiopiŽ zijn: Het nationale park van het Massief Bale ligt ten zuidoosten van de bergketen die de Grote Slenk heeft gevormd. Het nationale park van de meren Abijata en Shalla Dit park ligt tegenover het Laganomeer, midden in het Riftdal op 1750 meter hoogte. Het heeft twee schitterende zoutwatermeren: Abijata en Shalla. En het nationale park van Nechisar, de meren en het bos van Arba Minch zijn geliefde trekpleisters in Zuid-EthiopiŽ.

Foto EthiopiŽ

Standaard Informatie:

Naam: EthiopiŽ

Hoofdstad: Addis Abeba

Valuta: Birr

Inwoners: 78.254.090

Taal: Amhaars